Recht op vertolking en vertaling in strafprocedures en procedures voor de tenuitvoerlegging van EAB’s

De EU Richtlijn, die op 20 oktober 2010 is aangenomen door het Europese Parlement, bevat minimumregels met betrekking tot het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures.

Vertolking en vertaling dragen eraan bij dat een verdachte, die de taal waarin de procedure wordt gevoerd niet of onvoldoende beheerst, effectief kan deelnemen aan zijn strafproces. D.w.z. dat een verdachte kan begrijpen van welk feit hij wordt verdacht en dat hij in staat wordt gesteld zich daartegen te verdedigen.

Daartoe is in het wetboek van strafvordering onder andere geregeld dat:
a)      de verdachte zich met behulp van een tolk kan verstaan met zijn raadsman,
b)      de overheid gehouden is zorg te dragen voor het oproepen van een tolk op een aantal wezenlijke tijdstippen (o.m. wanneer de verdachte wordt gehoord door de politie of bij gelegenheid van de behandeling van een vordering tot voorlopige hechtenis),
c)       de verdachte in een voor hem begrijpelijke taal schriftelijk in kennis wordt gesteld van het ten laste gelegde feit,
d)      de verdachte de mogelijkheid wordt geboden een vertaling van enkele cruciale onderdelen van het dossier te ontvangen, indien dit noodzakelijk is ter voorbereiding van de verdediging.

Medio 2012 is de Nederlandse praktijk al grotendeels in overeenstemming met de bepalingen uit de richtlijn die betrekking hebben op:

  • bijstand van een tolk,
  • de kwaliteit van tolken en vertalers,
  • de vertrouwelijkheid die tolken en vertalers bij hun werkzaamheden in acht moeten nemen,
  • de registratie van tolken en vertalers
  • de kosten.

Nieuw voor Nederland zijn de artikelen uit de richtlijn die betrekking hebben op het recht op vertaling van bepaalde essentiële processtukken. Op 8 november 2012 wordt de wet betreffende deze richtlijn (PbEU L 280) behandeld door de Tweede Kamer.